ABD-BVD heeft een nieuwe look! Volg ons ook op @ABD_BVD!

Bladen voor Documentatie 2016/2 (juni 2016)

SPECIAAL NUMMER
Europees Jaar voor het Industrieel en Technisch Erfgoed

abd_cahier_201602_WebWoord vooraf

Hij wijst me elk schoorsteen, pijpleiding en fabriekshal aan. Vaak in de vervoeging van de verleden tijd. In dit water stroomt geen toekomst meer voor de gewone arbeider. ” C’est fini, c’est foutu. “

“Pfff! Van die oude machines en verlaten fabrieken…”
Dat is zonder twijfel een van de gebruikelijke reacties als men het concept industriële archeologie ter sprake brengt.

De industriële periode die vanaf het einde van de 18de eeuw een groot deel van West-Europa en met name België getekend heeft, heeft grote veranderingen teweeggebracht en onze organisaties sterk beïnvloed, of zij nu sociaal, economisch, geografisch of historisch waren. Sommige sporen hebben ons landschap zelfs blijvend veranderd!

De desindustrialisatie van onze regio’s gaat nochtans gepaard met de trend om (grote) schoonmaak te houden, het lelijke op te ruimen en de kenmerken van een periode die soms weinig roemrijk was en aan dewelke dikwijls armoede, menselijk leed en sociale drama’s verbonden waren, uit te wissen. Hoewel sommige van deze sporen reeds beschermd werden, is het grootste deel van de herinneringen aan het verleden aan het verdwijnen. Gelukkig worden er vele initiatieven genomen met het doel om deze al te gemakkelijk uit te wissen sporen te beschermen.

Naar aanleiding van het Europees jaar van het industrieel en technisch erfgoed2 dat net voorbij is leek het ons interessant en waardevol om aan dit evenement een nummer van de Bladen voor Documentatie te wijden. Neen, niet met de bedoeling u “oude machines en verlaten fabrieken” te tonen maar om de rijkdom van dit documentair erfgoed in de kijker te zetten.

Inderdaad, in al de stadia van haar dynamiek heeft de industrialisatie enorme hoeveelheden documenten, informatie en archieven met zich mee gebracht… Deze “sporen” zijn talrijk, nemen zeer verschillende vormen aan en hebben zelf ook bescherming nodig. Alle stadia van de informatieketen (selectie/verzameling, bewerking, verspreiding) komen dus aan bod!

Aangezien de industriële archeologie een “interdisciplinaire methode” claimt, moesten wij de gelegenheid wel aangrijpen om de rol in de verf te zetten die wij als informatiespecialisten kunnen spelen om deze sporen van ons verleden te verzamelen, bewaren, dynamiseren en toegankelijk te maken.

Doorheen de waaier van artikelen die wij u in dit nummer aanbieden hebben wij een panorama willen oproepen dat verre van volledig is, met oude en recente initiatieven van hier en elders die de alomtegenwoordigheid van het “documentaire” industrieel erfgoed illustreren. Wij hopen dat u evenveel plezier beleeft aan het ontdekken van deze verschillende facetten van ons industrieel erfgoed als wij hadden toen wij ze voor u hier verzamelden.

“Misschien wil de mens meer dan ooit weten waar hij naartoe gaat, en moet hij daarom eerst vasstellen waar hij zich nu bevindt, en waar hij vandaan komt.”

Het thema van deze Bladen voor Documentatie kon niet behandeld worden zonder een overvloedige en significante iconografie. Om maximale ruimte te verlenen aan de vele artikelen die dit nummer vormen zijn wij echter verplicht geweest om de grootte van de begeleidende illustraties te verkleinen. Ten einde dit nadeel te compenseren en met het akkoord van de auteurs en rechthebbenden hebben wij voorzien om deze beelden in een fotogalerij te herbergen beschikbaar op het adres hieronder aangegeven.
Wij hopen dat deze oplossing u toelaat om deze beelden op een comfortabele manier te bekijken in een formaat en kleuren die de papieren uitgave ons niet toelaat.

Op twee eeuwen tijd had de maatschappij grondige veranderingen ondergaan. […] De industriële ontwikkeling lag aan de basis van een “ander” uitzicht van onze steden en landschappen. Dat ‘ander’ uitzicht materialiseert de recente groei van onze maatschappij, symboliseert twee eeuwen industriële ontwikkeling. Twee eeuwen arbeid en creativiteit van onze rechtstreekse voorouders.

Christopher BOON, Dominique J.B. VANPÉE 

Archives industrielles. Où se nichent-elles ?

Guido VANDERHULST, Expert en patrimoine social, portuaire et industriel

Het industrieel erfgoed of een deel ervan bewaren, vereist in de eerste plaats om zoveel mogelijk informatie te verzamelen om de tijdsgeest te kunnen weergeven. De auteur geeft een beknopt overzicht van de uitgebreidheid aan informatiebronnen: het raadplegen van de overheid en van officiële instanties waarmee de vennootschap in contact was, de kadastrale plannen, het identificeren van bedrijfsarchieven en zakelijke correspondentie, een afstap ter plaatse, het opnemen van getuigenissen en een buurtonderzoek zijn enkele mogelijkheden om de analyse aan te vatten.

Les archives des houillères et le Centre Liégeois d’Archives et de Documentation de l’Industrie Charbonnière (CLADIC) de Blegny-Mine

Bruno GUIDOLIN, Bibliothécaire-documentaliste, Blegny-Mine asbl – Province de Liège – CLADIC

Na een kort overzicht van de documentatiecentra en de archieven over de kolenindustrie in de regio Luik, gaat dit artikel in op de uitbouw van CLADIC (Centre de documentation et d’archives de Blegny-Mine) en omschrijft de bronnen die ze ter beschikking stelt aan haar gebruikers. Vervolgens analyseert het de archieven van de Société anonyme des Charbonnages d’Argenteau en tracht door concrete voorbeelden het belang aan te tonen van de site van Blegny-Mine, sinds 2012 met nog drie andere mijnsites geregistreerd op de lijst van Werelderfgoed.

Sur les traces des ouvriers mineurs : carnets, livrets et cartons-comptes

Camille VANBERSY, Responsable scientifique, SAICOM (Sauvegarde des Archives industrielles du Couchant de Mons)

SAICOM (Sauvegarde des Archives industrielles du Couchant de Mons) is een privaat archief in het leven geroepen om de industriële en mijnbouwarchieven van het bekken van Couchant de Mons (de regio Mons-Borinage), van het Centrum en van Charleroi te behouden. Het heeft een uitgebreide collectie die de geschiedenis van deze bekkens doet begrijpen. Binnen dit archief vormen de mijnwerkersboekjes en de rekenkaarten een belangrijk onderdeel die toelaat om de loopbaan van de werknemers te traceren. Na het opsporen van de herkomst en de geschiedenis van de verschillende bronnen, gebruikt de auteur ze voor zowel economisch als sociaal en genealogisch onderzoek.

Een leven lang documenteren. Max Broes en de triage-lavoir van Péronnes-lez-Binche

Rob BELEMANS, Stafmedewerker immaterieel erfgoed, Faro – Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed

Meer dan 60.000 bladzijden documentatie over één onderwerp, rijk geïllustreerd, verwijzend naar duizenden gedrukte bronnen en zestalig ontsloten: als resultaat van het decennialange vrijwilligerswerk van één persoon kan dat tellen. Max Broes werkte meer dan 50 jaar aan zijn “molenuniversum”: een geheel van meer dan 300 ordners vol informatie over onderwerpen die iets te maken hebben met een van de duizenden soorten pre-industriële “molens”, hun gebruikswijze en hun productieresultaten. Het begrip “molen” is daarbij op zijn breedst geïnterpreteerd: elke energieomvormer die via beweging en aangedreven door wind, water, menselijke of dierlijke kracht een transitieproces doorvoert, is voor Broes een molen. Wie het verbazende resultaat van zijn titanenwerk wil raadplegen, kan voortaan in het Museum voor de Oudere Technieken (MOT) in Grimbergen terecht.

La carte postale, un support iconographique essentiel pour les historiens des techniques de la “belle époque”. À manipuler toutefois avec précaution

Pierre-Christian GUIOLLARD, Docteur en Histoire des Sciences et des Techniques – Chercheur associé au CRESAT, Université de Mulhouse Colmar

Het woord prentbriefkaart wordt meestal geassocieerd met vakantie, reizen, vrije tijd ; weinigen zullen een verband trekken met de woorden mijn, fabriek, werk. En toch is het zo dat het in het begin van de twintigste eeuw vaak industriële sites, arbeiders en mijnwerkers waren die gekozen werden om prentbriefkaarten te sieren. Een eeuw later hebben deze documenten de waarde gekregen van beeldarchief dat ten zeerste op prijs gesteld wordt door historici die de industriële geschiedenis van het begin van de twintigste eeuw bestuderen. In dit artikel proberen we de voorliefde van onze voorouders voor prentbriefkaarten uit te leggen en trachten we een begrip te krijgen van het buitengewoon succes en van de populariteit die de geïllustreerde bristolkaarten tussen 1900 en 1920 ten dele viel en waardoor ze als een eerste modern “sociaal netwerk” beschouwd kunnen worden. We zullen ook de gelaagdheid zien waarmee deze familiale of vriendschappelijke berichten, haastig neergekrabbeld of zorgvuldig uitgeschreven, geïnterpreteerd kunnen worden. Zo ontdekken we de onvermoede rijkdom van de interactie tussen de afbeelding van een industriële site op de kaart, het commentaar van de afzender, en in sommige gevallen, de relatie met de actualiteit van de belle époque.

Interviews with contemporary witnesses to document collections of historical objects. Guidelines for the staff of collection institutions and museums

Tanya KARRER, Head of constoria Karrer – communication agency for history and stories

Historische collecties en voorwerpen te wijten aan het technisch en industrieel erfgoed met hun relatief recente historiek zijn vooral geschikt om gedocumenteerd te worden door Contemporary Witnesses’ Interviews. De huidige stap voor stap-gids beschrijft hoe een interview om objecten of complete collecties te documenteren wordt voorbereid, gevoerd en bewerkt. Als toemaat worden de wettelijke/legale situatie en voorbeelden uit de auteurspraktijk gereviewd. Door Contemporary Witnesses’ Interviews kunnen museum- en collectiemedewerkers waardevolle documentatie opbouwen van voorwerpen en collecties, die gekarakteriseerd is door de volgende zeven criteria: voorzien van toegankelijke informatie, juridische zekerheid, kennis over de functies en materialiteit van een object, mag dienen als basis voor primair onderzoek, kan het collectieproject rechtvaardigen, voorziet waardering en selectiecriteria, dient voor identiteitscreatie en nieuwe perspectieven en laat daarom de aantrekkelijkheid en waarde van de objecten en de gehele collectie toenemen.

Le don de mémoire, une collecte participative. L’exemple de la mémoire industrielle

Julie CROQUET, Responsable de la Maison de la Mémoire, Écomusée PAYSALP

Het eco-museum PAYSALP, een vereniging gelokaliseerd in de Franse Alpen, heeft met de steun van een twintigtal gemeenten het initiatief genomen om een traject uit te werken om voor iedereen de kennis van zijn leefruimte te verruimen. Deze “schenking van geheugen”” (mondeling en schriftelijk) laat de bewoners toe om onder verschillende vormen te participeren: als verzamelaar, medewerker, informant, vereniging, getuig, politicus, zelfs als kind kan men een inbreng doen. De verzamelde documenten worden gescand en medegedeeld via de online database “Mémoire Alpine”, en verrijken het cultureel project van het museum en van de ganse regio. Onder de verschillende aangesneden onderwerpen, verkreeg het industriële geheugen in 2015 een bijzondere plek; een recent erfgoed doch bedreigd met het risico om te verdwijnen, vooral bijzonder naar de manier van conserveren en valoriseren, is de kennis ervan volledig legitiem naar de toe-eigening van hun land door de bewoners.

Les sons du travail. Une mémoire oubliée à préserver Projet européen “Work with sounds”

Pascal MAJÉRUS, Conservateur du Musée de La Fonderie

Gaëlle COURTOIS, Responsable son du projet Work With Sounds à La Fonderie

Gedurende twee jaar heeft La Fonderie, het Brussels museum over industrie en arbeid, gewerkt aan een uitgebreid Europees project over geluiden op het werk, “Work With Sounds”. Lawaai dat vaak hinderlijk is, behouden en bestuderen lijkt paradoxaal. Maar net als het industrieel erfgoed dreigt het te verdwijnen, terwijl geluiden net deel uitmaken van het historische en sociale erfgoed. Het bewaren van het verleden, wat een van de essentiële taken van musea is, krijgt hier een bijzondere waardering. Het conserveren van geluiden, de studie en het documenteren ervan zijn beschikbaar en toegankelijk in een online databank.

De virtuele collectie van MIWE/SIWE in Erfgoedplus

Jan DE COCK, Erfgoeddepotconsulent bij de Provincie Vlaams-Brabant

Dominique J.B. VANPÉE, Lid van het Publicatiecomité van de Bladen voor Documentatie

De MIWE-collectie (Museum Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed) van een vereniging in vereffening, SIWE (Steunpunt voor Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed), is op het ogenblik virtueel daar ze nu andere eigenaars heeft en op andere plaatsen deel is gaan uitmaken van collecties en het industrieel, technisch en wetenschappelijk erfgoed. Maar als geheel is ze digitaal terug te vinden via foto’s en beschrijvingen van de objecten op de website van SIWE en daarnaast op Erfgoedplus en Europeana.

Preserving a major oilfield on the Norwegian Continental Shelf – Statfjord

Finn H. SANDBERG, Manager of the Documentation and Research unit, Norwegian Petroleum Museum

Kristin Ø. GJERDE, 1st. Curator and senior researcher, Norwegian Petroleum Museum

Sinds 1971 zijn koolwaterstoffen geproduceerd van diep onder het Noors continentaal plat (NCS). Om het “zwarte goud” te ontvangen en verwerken werden enorme structuren gebouwd, vervoerd en geïnstalleerd op de zeebodem in waterdiepten variërend tussen 60 en 1000 meter. In maart 2000 – wanneer de plannen voor het verlaten ervan werden geïntroduceerd – stuurde het Noorse directoraat voor cultureel erfgoed (NDCH) een brief naar verscheidene musea met interesses gerelateerd aan de offshore activiteiten. Het NDCH stelde een uitdaging: “Wat niet kan bewaard blijven, dient gedocumenteerd te worden”. Dit artikel beschrijft hoe het Noors Petroleummuseum (NPM) deze uitdaging oploste in verschillende industriële erfgoeddocumentatieprojecten. “Industrieel erfgoed Statfjord” is het derde in de rij van de nu reeds vijf grote documentatieprojecten. Het Statfjord veld is nog steeds een van de ruimst producerende velden op het Noors continentaal plat en is vooral de focus in dit artikel. Het artikel legt ook de belangrijke samenwerking uit tussen het NPM en de Nationale archieven en de Nationale bibliotheek in Noorwegen.

Les missions photographiques du Musée de la Photographie à Charleroi. Comment anticiper l’histoire

Julien LIBERT, Collaborateur Scientifique, Musée de la Photographie à Charleroi

Sinds haar oprichting verzamelt het Musée de la Photographie industriële foto’s uit het gewest en uit de wereld. Deze vormen verscheiden historische bronnen. Sterker nog, tussen het seriële aspect en het sociale aspect, kunnen industriële foto’s formeel verschillend zijn en een bijzonder interessant licht werpen, ook als de industrie niet het hoofdonderwerp is. In dit perspectief anticiperen de vijf fotografische opdrachten van het Musée de la Photographie op de geschiedenis door het aanleveren van belangrijke historische bronnen ter staving van de transformatie van een stad onder een industrieel verval van decennia.

De websites van VVIA & SIWE archiveren in het wettelijk depot? Omzien naar het heden…

Dominique J.B. VANPÉE, Lid van het Publicatiecomité van de Bladen voor Documentatie

Aan de hand van de websites van twee Vlaamse industriële erfgoedverenigingen wordt nagedacht over het belang dat een wettelijk depot voor websites aan de Koninklijke Bibliotheek in België kan hebben in een vloeibare, virtuele en digitale wereld.

Enjeux pratiques et éthiques de la conservation des œuvres à composantes technologiques

Emanuel LORRAIN, Chercheur/consultant en préservation du patrimoine audiovisuel et numérique, PACKED vzw – Expertisecentrum Digitaal Erfgoed

De geplande veroudering i.e. het bewust sneller stuk laten gaan van producten waarvoor geen reserveonderdelen of hersteldiensten meer beschikbaar zijn, vormt een uitdaging voor hedendaagse kunstcollecties. De snelheid waarmee verschillende modellen, formaten en standaarden elkaar opvolgen, bedreigt op termijn de toegang tot die groep hedendaagse werken waarvoor de benodigde apparatuur verouderd is en stuk raakt. De kwetsbaarheid van deze werken en de verschillende gedaantes die ze doorheen hun leven aannemen, verstoren de traditionele manier van bewaren in musea. Ze dwingen musea om hun werkwijze te veranderen en specifieke maatregelen uit te werken voor zowel praktische als ethische uitdagingen.

Ephemera. A window on the quotidian

Diane DEBLOIS, Editor, publications of The Ephemera Society of America Inc.

Dit artikel beschrijft het concept van efemera als onderdeel van een collectie, met aandacht voor elke interpretatie van het woord en voor elk formaat. Enkele verdedigers van het eerste uur worden voorgesteld, alsook een aantal belangrijke institutionele collecties en privéverzamelingen. Het artikel behandelt de problemen die het catalogiseren en bewaren van dergelijk materiaal stelt en wil, meer in het algemeen, uitleggen waarom het verzamelen en tentoonstellen van efemera cultureel belang heeft gekregen.

Sur les traces de l’éphémère Centre d’Archéologie Industrielle…

Christopher BOON, Bibliothécaire-documentaliste, “simple curieux” d’archéologie industrielle

In het licht van het onderzoek van enkele “sporen”, nagelaten in verschillende geschriften, probeert dit artikel de factoren te achterhalen die hebben geleid tot de oprichting van het Centrum voor Industriële Archeologie, binnen de Koninklijke Bibliotheek van België, dat een snelle opgang kende maar even snel uit het Belgisch wetenschappelijk landschap verdween.

Het Centrum voor Bedrijfsgeschiedenis (CBG) aan de Universiteit Antwerpen (UA) en industrieel erfgoed

Dominique J.B. VANPÉE, Lid van het Publicatiecomité van de Bladen voor Documentatie

Het aan de Universiteit Antwerpen (UA) verbonden Centrum voor Bedrijfsgeschiedenis (CBG) heeft vanuit zijn doelstelling delen van het industrieel erfgoed voor de toekomst vastgelegd via een werking rond bedrijfsarchieven, een documentatiecentrum en het bestuderen van industriële relicten. Hier wordt deze werking van 1971 tot heden belicht.

Le centre de documentation de La Fonderie. Sa naissance, son développement, sa situation aujourd’hui

Fabienne DE SADELEER, Bibliothécaire, La Fonderie

Anno 1986 hield de vzw “La Fonderie. Histoire Ouvrière et Populaire. Musée d’Histoire sociale et Industrielle de la Région bruxelloise” een tentoonstelling met als titel “Bruxelles, un canal, des usines et des hommes” in de Tour et Taxis gebouwen. Deze had als onderwerp de thema’s die deze vzw op latere tijd wil aansnijden: de geschiedenis van het kanaal, de ruggegraat van het Brusselse industriële leven: mannen en vrouwen aan het werk en hun arbeidersverenigingen alsook hun levenswijze en waar ze leefden. Dankzij deze documenten die als voorbereiding dienden en de verkregen fondsen werd een documentatiecentrum opgericht. Dit centrum, in den beginne van bescheiden komaf, groeide stelselmatig aan met de uitbreiding van de research van « La Fonderie ». De auteur laat de lezer kennismaken met deze geschiedenis vanaf 1983 tot en met vandaag.

MIAT FACTory. De evolutie van bibliotheek naar kenniscentrum

Parsival DELRUE en Brigitte DE MEYER, Kenniscentrum MIAT FACTory en museumbibliotheek – MIAT

Het MIAT is het Museum over Industrie, Arbeid en Textiel in Gent. Deze bijdrage schetst de ontstaansgeschiedenis en evolutie van de museumbibliotheek van het MIAT. In 2014 is MIAT FACTory in het leven geroepen, het kenniscentrum van het MIAT. De uitvalsbasis van het kenniscentrum is de bibliotheek. De bibliotheek krijgt zo weer een zichtbare plaats in het museum en overschrijdt de traditionele bibliotheekwerking. MIAT FACTory is een project in evolutie. Deze bijdrage geeft een stand van zaken en focust op de ambities naar de toekomst toe.

La reconversion d’anciens bâtiments industriels et commerciaux aux fins d’hébergement de bibliothèques, de centres d’archives ou de documentation. Quelques réalisations en Wallonie et à Bruxelles

Christopher BOON, Bibliothécaire-documentaliste, Administrateur Association Belge de Documentation (ABD-BVD asbl)

Oude gebouwen met een industrieel verleden kunnen van de afbraak gered worden wanneer het mogelijk is hen een nieuwe bestemming te geven. Dit artikel schetst enkele projecten in Wallonië en Brussel, waar bibliotheken, archieven en documentatiecentra onderdak vonden op deze locaties die zo een tweede leven kregen.

De herbestemming van oude industriële gebouwen als nieuw onderkomen voor archieven, bibliotheken en documentatiecentra in Vlaanderen en de Brusselse regio

Patrick VIAENE, Docent Universiteit Antwerpen (Faculteit Ontwerpwetenschappen, Monumenten- en Landschapszorg) en Hogeschool Gent (School of Arts), Bestuurder van TICCIH (The International Committee for the Conservation of Industrial Heritage)

Fabrieken, werkplaatsen en loodsen vormen een deel van het industrieel erfgoed. Dit erfgoed is niet alleen waardevol omwille van onder meer zijn historische, sociale, technologische en architecturale waarde. Deze gebouwen kunnen in de meeste gevallen – door hun gunstige ligging in de bebouwde omgeving, door (en) hun ruimtelijke en constructieve eigenschappen, enz. – relatief gemakkelijk hergebruikt worden voor een grote waaier van nieuwe bestemmingen zoals wonen, werken, sport en cultuur. Deze bijdrage gaat in op één aspect van deze praktijk, namelijk op het hergebruik van industrieel erfgoed ten bate van bibliotheken, archieven en documentatiecentra. De concrete realisaties op dit gebied in Vlaanderen en Brussel lopen sterk uiteen, een gevolg van zowel de thematiek, de schaal van de bibliotheek- en archiefcollecties, als van de configuratie en omvang van de herbestemde industriële gebouwen, van de financiële mogelijkheden. Een gemeenschappelijk kenmerk is het streven naar duurzaam hergebruik vanwege de diverse initiatiefnemers actoren, in het bijzonder van de overheid.

Au pied des hauts-fourneaux, un Learning Centre. Reconversion du noyau de l’activité sidérurgique au cœur de la vie universitaire

Marie-Pierre PAUSCH, Responsable du service des bibliothèques, Université du Luxembourg – Campus Limpertsberg

Julie WILLEMS, Responsable des services aux usagers, Université du Luxembourg – Campus Belval

In het begin van de 21ste eeuw leidde de reconversie van de site van de vroegere staalfabriek van Esch-Belval in het Groothertogdom Luxemburg tot een centralisatie van de verschillende faculteiten van de Université du Luxembourg tot dan verspreid over verschillende campussen. Dit artikel gaat in op:
– het herschikken van het vroegere fabrieksgebouw Möllerei tot een Learning Centre met een voorziene opening in 2018 en
– het BiblioLab, een ruimte bedoeld om het academisch personeel en de studenten te ondersteunen en gelokaliseerd op de Belval site, opgezet als een laboratorium om concepten en faciliteiten voor het Learning Centre te testen.

De kennisbank van ETWIE. Een digitale bron van informatie over industrieel, technisch en wetenschappelijk erfgoed in Vlaanderen en Brussel

Tijl VEREENOOGHE en Joeri JANUARIUS, Coördinatoren, ETWIE vzw

Sinds 2013 bouwt ETWIE vzw een digitale kennisbank uit met informatie over technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed in Vlaanderen. Een belangrijk onderdeel van dit platform is een uitgebreide bibliografie, die in samenwerking met het MIAT in Gent wordt bijgehouden. Door het delen en verbinden van kennis biedt dit nieuwe werkinstrument heel wat mogelijkheden.

De Who is Who van SIWE. Een actorenlijst van het Vlaamse industrieel en wetenschappelijk erfgoed

Dominique J.B. VANPÉE, Lid van het Publicatiecomité van de Bladen voor Documentatie

De Who is Who van het Steunpunt voor Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed (SIWE) was eigenlijk een gedeeltelijke voorganger van het actorengedeelte binnen de huidige Kennisbank van het Expertisecentrum voor Technisch, Wetenschappelijk en Industrieel Erfgoed (ETWIE).

Unieke bibliografie industriële archeologie & industrieel erfgoed in België. Een terugblik op een bibliografisch werkinstrument

Dominique J.B. VANPÉE, Lid van het Publicatiecomité van de Bladen voor Documentatie

Aan de hand van e-mails met de betrokkenen van destijds en teruggevonden elementen op het internet wordt teruggeblikt op de geschiedenis van de Bibliografie industriële archeologie & industrieel erfgoed in België.

Les ressources de l’histoire industrielle au service de la dépollution des sols wallons

Arnaud PÉTERS, Chercheur, Centre d’Histoire des Sciences et des Techniques (ULg)

Het Centre d’Histoire des Sciences et des Techniques (CHST) is een documentatie- en onderzoekscentrum dat in 1987 gecreëerd werd aan de Université de Liège door Prof. Robert Halleux. Als documentatiecentrum heeft het CHST een belangrijke collectie in het veld van de industriële geschiedenis ter bewaring bij elkaar gebracht. De bibliotheek van het CHST is vandaag een referentie geworden voor het onderzoek in de bedrijfsgeschiedenis, techniekgeschiedenis, sociaaleconomische geschiedenis en milieugeschiedenis. In een context waarin de nood aan historische informatie zich liet voelen, hebben de onderzoekers van het CHST (geschiedkundigen, archeologen, geografen) met deze collecties ook onderzoeksmethodes kunnen ontwikkelen die eigen zijn aan het bestuderen van in onbruik geraakte industriële sites. Deze bijdrage geeft hier een beschrijving van en gaat dieper in op heuristieke vraagstukken. Zij licht het gebruik van vaak weinig bekende bronnen toe in de specifieke context van bodemreiniging.

Herbestemming van de historische collectie Agfa-Gevaert

Patrick VAN DEN NIEUWENHOF, Zelfstandig erfgoedconsulent

De historische collectie van Agfa-Gevaert weerspiegelt zeer goed de sociale, economische en technische rol en impact die de firma heeft gehad op lokaal, regionaal, landelijk en internationaal niveau. Fototoestellen, verpakkingen, archieven, foto’s… van en over de firma werden verzameld en beheerd door oud werknemers. Dit resulteerde in een mooi geordend en toegankelijk archief. Agfa besloot vorig jaar om de bewaarplaats, Het Varenthof in Mortsel, te sluiten en te verkopen. De provincie Antwerpen en het Fotomuseum nemen momenteel de verantwoordelijkheid op zich om deze unieke collectie een goede huisvesting te geven. Dit artikel brengt verslag uit van de eerste stappen die gezet werden.

À la recherche des Forges de Clabecq

Madeleine JACQUEMIN, Archiviste, PhD, chef de travaux aux Archives générales du Royaume (AGR)

Het Algemeen Rijksarchief omvat hoofdzakelijk publieke archieven maar eveneens private waaronder bedrijfsarchieven. De auteur die in het Rijksarchief werkt, draagt twee professionele petjes, dat van historicus en dat van archivaris. Zij werkte een inventaris uit van de 300 lopende meter aan bedrijfsarchief van de NV Forges de Clabecq en schreef aan de hand van alle beschikbare bronnen een monografie over Forges de Clabecq met als rode draad de ontwikkeling van het bedrijf vanaf het einde van de 18de eeuw tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het artikel gaat in op de verschillende stadia van haar werk, haar gesprekken, haar ontdekkingen en verrassingen en haar verwezenlijkingen.

De (on)zin van het bewaren van curatele archieven en bedrijfsbibliotheken. De casus Boelwerf

Johan DAMBRUYNE, Rijksarchivaris en diensthoofd van het Rijksarchief Antwerpen-Beveren

In tegenstelling tot het eigenlijke bedrijfsarchief van Boelwerf werden het curatele archief en de bedrijfsbibliotheek van de voormalige scheepswerf te Temse nog weinig of niet in de spotlights geplaatst. Daarom willen we met onderhavige bijdrage aandacht vragen voor deze minder bekende aspecten van het Boelwerferfgoed. Het voorbeeld van de Boelwerf wordt aangegrepen om enkele uitspraken te doen over de (on)zin van het permanent bijhouden, integreren en ontsluiten van curatele archieven en gespecialiseerde bibliotheken. In het artikel wordt gepleit voor het aannemen van een kritische houding, voor het consequent toepassen van macro- en microselectie (gebaseerd op objectieve criteria), en voor het ondernemen van weloverwogen acties die recht evenredig zijn met de intrinsieke waarde – maatschappelijke en historische relevantie – én complementaire waarde van de betreffende bestanden en collecties.

Les archives Boël à La Louvière. Un salutaire concours de circonstances

Thierry DELPLANCQ, Archiviste de la Ville et du CPAS de La Louvière

Het behoud van het industrieel archief van La Louvière is het voorwerp van een bijzondere aandacht om o.a. redenen van een alliantie tot stand gebracht tussen de verschillende lokale wetenschappelijke instituten. De stadsarchieven en die van het OCMW van La Louvière zijn allebei betrokken in dit programma en bewaren in hun lokalen een fonds dat de verzameling vertegenwoordigt van verschillende ondernemingen die op de één of de andere manier verbonden waren aan de vroegere staalfabrieken Boël. Dankzij een gunstige combinatie van omstandigheden en verrijkt door fotografische campagnes werd het opzetten van het fonds Boël mogelijk gemaakt dankzij de proactiviteit van de archiefdienst en de essentiële implicatie van de personeelsleden.

Over collectie-inventarisatie en beheer Rupelstreek industrieel erfgoed. Van Colibri tot een episode uit het bedrijfsarchief Verstrepen door Booms missionaris Louis Verstrepen

Patrick VAN DEN NIEUWENHOF, Zelfstandig erfgoedconsulent

Het project Collectie-Inventarisatie en Beheer Rupelstreek Industrieel erfgoed of kort Colibri werd tussen 2007 en 2009 in opdracht van de provincie Antwerpen uitgevoerd. Het doel was een stand van zaken op te maken met betrekking tot de erfgoedcollecties in de Rupelstreek (Rumst, Boom, Niel, Hemiksem, Schelle). Een verkorte weergave van deze studie is terug te vinden in dit artikel met bijzondere aandacht voor het bedrijfs- en familiearchief Verstrepen.

Comment préserver la mémoire du patrimoine industriel et transmettre aux nouvelles générations la fierté des hommes qui y ont travaillé

Franck DEPAIFVE, Coordinateur général, MÉTA-MORPHOSIS asbl

De vereniging Méta-Morphosis heeft zich het vrijwaren van de geheugen van plaatsen en het behoud van de fierheid van de mens tot doel gesteld door het gebruik van plurimedia instrumenten. Zij betracht het grote publiek te sensibiliseren voor het industriële patrimonium alsook door het verzamelen van kleine verhalen die de industrie groot maakten.

Sauvegarde du patrimoine industriel. Le spécialiste de l’I&D au service de la mémoire de l’industrie?

Christopher BOON, Documentaliste juridique, Administrateur Association Belge de Documentation (ABD-BVD)

Dit artikel bestudeert het documentaire aspect eigen aan het industriële erfgoed met als invalshoeken hoeveelheid en verscheidenheid van de geproduceerde documenten, dit door inzet en uitdaging te vermelden waarmee dit documentatie patrimonium geconfronteerd wordt. In een tweede tijd zal men interesse betonen op de manier waarop de I&D (Informatie & Documentatie) zich kan inwerken en haar know-how aanbrengen in deze materie.

Documentatie en industrieel erfgoed. Uitgeleide

Dominique J.B. VANPÉE, Informatiedeskundige, bibliothecaris-documentalist geïnteresseerde in industrieel, wetenschappelijk en technisch erfgoed

Hoewel de begrippen “documentatie” en “industriële archeologie” of “industrieel erfgoed” niet vanzelfsprekend zijn, stellen ook dingen zoals de periodisering en de georganiseerde structuren waarbinnen dit landschap zich afspeelt bepaalde problemen. In dit artikel wordt aan de hand van bibliografische referenties historiografisch werk geleverd en ingegaan op soms verwaarloosde of trending deelaspecten van dit erfgoed.